Een tijdje terug zocht ik naar spelden om losse elementen in een werk vast te zetten. Ik rommelde wat in mijn moeders oude naaidoos en rakelde een poppetje op van tussen het garen en gerei. Het poppetje was onbetwistbaar: dood. Wit gezicht, geloken ogen, de laatste kleur nog van de wangen aan het verdwijnen. Ledenmaten afgerukt en vuile kleren die vermoedelijk getuigden van een zware strijd. Ondanks dat ik me op iets anders moest focussen, voelde ik een enorme drang om het kleinood van een laatste rustplaats te voorzien. Van gips en stof timmerde ik een bed. Daar rust zij momenteel.














































